Epiphany is de dag van het bezoek van de drie koningen uit het Oosten aan de kribbe, een belangrijke dag in de liturgische kalender, omdat het de Kersttijd afsluit. Bach heeft drie cantetates voor deze dag geschreven, waaronder de laatste cantate van het Kerstoratorium. Alle cantates dateren uit de Leipzigperiode.
Met de cantate Sie werden aus Saba alle kommen, BWV 65, sloot Bach zijn eerste Kersttijd in Leipzig af, waarin hij vijf nieuwe cantates, een Sanctus (BWV 238) en de kerstversie van het Magnificat (BWV 243a) maakte, naast de uitvoering van een prachtige Weimar-cantate (Christen, ätzet diesen Tag, BWV 63), en laten we niet vergeten, veel van die uitvoeringen in zowel de Thomaskirche als de Nikolaikirche... Een ongelooflijke prestatie die hij in andere jaren zou herhalen. De titel van deze cantate verwijst naar de schrift van Jesaja die stelt dat de Messias mensen uit de hele wereld zou verzamelen, zelfs uit Saba, het huidige Jemen.
Liebster Immanuel, Herzog der Frommen, BWV 123, sluit de Kersttijd het volgende jaar af, na een schema dat even druk was als het jaar daarvoor. Het past in de vorm van de Choraalcantatacyclus waartoe het behoort, met als inspiratie een hymne van Ahasverus Fritsch (1629-1701), met een tekst die de gruwelen van de Dertigjarige Oorlog beschrijft.
Tot slot is de cantate Herr, wenn die stolzen Feinde schnauben, BWV 248, de zesde en laatste cantate van zijn prachtige Kerstoratorium, dat de Kersttijd in 1735 afsloot.